Print deze pagina

Pedagogisch Project

PEDAGOGISCH PROJECT

 

Inleiding:

Het onderwijs in onze school past in het kader van een door de gemeenteraad vastgelegd en goedgekeurd pedagogisch project.

Het geeft de aard en het karakter van het onderwijsaanbod weer.

Van de leerkrachten wordt geëist dat ze met hun onderwijs en opvoeding rekening houden met de richtlijnen van dit pedagogisch project.

Van alle participanten wordt verondersteld dat ze de opties van dit pedagogisch project onderschrijven.

 

Dit pedagogisch project werd

  1. In overleg met het schoolteam opgesteld, besproken en goedgekeurd tijdens het schooljaar 1998-1999.
  2. Voorgelegd aan de participatieraad op 10.05.1999
  3. Goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 31.05.99.

 

  • 1. Situering van de onderwijsinstelling:

Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.

Het schoolbestuur is de gemeenteraad van Kortessem.

Als openbare instelling zijn bij ons alle kinderen welkom, welke ook de levensopvatting van de ouders is.

Het onderwijs op onze school is bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van 2,5 jaar.

In de deelgemeente Vliermaalroot, met vestigingplaatsen Gauwerstraat 19 en Fonteinstraat 9 is het onderwijs zo ingericht dat de leerlingen in principe binnen een periode van 9 aaneensluitende jaren, de school kunnen doorlopen.

In de deelgemeente Kortessem, met vestigingsplaats Daaleinde 5A bestaat er een samenwerkingsakkoord met het vrije net. Hier verstrekken we onderwijs aan leerlingen van het 1e, 2e, en 3e leerjaar.

In de vestigingsplaats Fonteinstraat 9 legt het onderwijs mede de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs.

 

  • 2. Fundamentele uitgangspunten: 
  • 2.1. Openheid:

Onze school staat ten dienste van de gemeenschap, en staat open voor alle kinderen van 2,5 tot 12 j., ongeacht hun geslacht, nationaliteit, filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst.

  • 2.2. Verscheidenheid:

De school vertrekt vanuit de positieve erkenning van de verscheidenheid. Waarden en overtuigingen die in de gemeenschap leven, willen we zonder vooroordeel met elkaar confronteren. We zien dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.

  • 2.3. Democratisch:

De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan.

  • 2.4. Socialisatie:

De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelnemen aan een democratische en pluralistische samenleving.

  • 2.5. Emancipatie:

De school biedt alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen en dit volgens hun eigen mogelijkheden en ook beperkingen. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.

  • 2.6. Totale persoon:

De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Hoofd, hart en handen komen als een harmonisch geheel aan bod. Zij hecht evenveel waarde aan de attitudevorming als aan de kennisverwerving.

  •  2.7. Gelijke kansen:

De school heeft oog  voor kansarme leerlingen. Zij treedt compenserend op om de gevolgen van deze ongelijke sociale positie zo vlug mogelijk weg te werken.

  • 2.8. Medemens:

De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt wel dat eigen vrijheid niet kan ten koste van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbaar goed is van elkeen.

  • 2.9. Europees:

De school tracht de kinderen op te voeden als Europese burgers. Ze vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.

  • 2.10. Mensenrechten:                                                                                         

De school leeft en handelt volgens de beginselen vervat in de  Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

 

  • 3. Visie op basisonderwijs: 

Als basisschool bouwen we verder aan de ontwikkeling en de opvoeding van elk kind. Betrokkenheid en welbevinden liggen hierbij aan de basis.

Het beschikken over een positief zelfbeeld, gemotiveerd zijn en zelf initiatief nemen  zien wij als basiskenmerken in de ontwikkeling van kinderen.

Kunnen communiceren en samenwerken; zelfstandigheid aan de dag leggen; creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld; en zelfgestuurd leren, zijn doelen van de algemene ontwikkeling.

Lichamelijke opvoeding; muzische vorming, taal, wereldoriëntatie en wiskunde zijn doelen die thuis horen in het veld van de specifieke ontwikkeling.

De kenmerken van goed basisonderwijs zijn terug te vinden in de leerplannen van O.V.S.G., leerplannen die voor onze school van toepassing zijn . 

  • - Samenhang:

 Kinderen beleven en ervaren de realiteit niet in vakjes.

  • - Totale persoonlijkheidsontwikkeling:

Evenwicht tussen hoofd, hart en handen vraagt ook om een evenwichtig   vormingaanbod en evenwichtige activiteitenplanning.

  • - Zorgverbreding:

Een klimaat scheppen waarbij de kinderen komen tot een grotere  betrokkenheid en zich goed voelen in de klas. Differentiatievormen kunnen hierbij helpen.

  • - Actief leren:

Het leren dat van het kind zelf uitgaat en door het kind spontaan als betekenisvol wordt ervaren.

  • - Continue ontwikkelingslijn:

Het aangeboden onderwijs wordt zowel naar moeilijkheidsgraad als naar inhoud afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden en behoeften van de leerlingen.

 

  • 4. Doelen van de school - schoolconcept: 

Het gaat hier om grote lijnen die de school vastlegt om de fundamentele uitgangspunten en de visie op basisonderwijs te realiseren in de praktijk.

 

4.1. Samenhang

Samenhang houdt in de eerste plaats in dat alle leergebieden zoveel als mogelijk geïntegreerd benaderd worden. Kinderen ervaren en beleven de realiteit niet in vakjes.

Hoe kan de school dit realiseren?

Een concrete aanpassing en invulling van de onderwijstijd aanwenden.

Werken met B.C-thema's  en/of projecten.

De inhouden van alle leergebieden enten op deze thema's.

 

4.2. Totale persoonlijkheidsontwikkeling

De school heeft aandacht om een evenwichtig vormingsaanbod na te streven waarbij alle ontwikkelingsdomeinen aan bod dienen te komen. Ook de sociale / emotionele ontwikkeling dient voldoende vulling te krijgen.

Er moet voldoende ruimte en tijd aangeboden worden om met elkaar te communiceren en samen te werken.

Een open, ongedwongen sfeer met respect voor elk individu impliceert een respectvolle omgang met elkeen van de groep.

 

Hoe kan de school dit realiseren?

De school streeft ernaar om bewuste leerlingen te vormen met kritische reflectie op zichzelf en de anderen.
Ze biedt thematische vormingscontexten aan rond sociale verschillen.

Ze schenkt aandacht aan sociale oriëntatie en vaardigheden.

Kringgesprekken, groepswerken, sociogrammen en het ontwikkelen van creatieve vermogens kunnen hierbij helpen.

De school vult de onderwijstijd in zodat alle persoonlijkheidsgebieden evenwichtig aan bod komen.

 

4.3.  Zorgverbreding

De school houdt rekening met de persoonlijkheidsverschillen van elk individu en biedt optimale groei- en leerkansen om het maximaal te laten ontplooien in zijn eigen persoonlijkheidsgroei en ontwikkeling.

 

Hoe kan de school dit realiseren?

De school werkt aan een Kindvolgsysteem.

De school bouwt differentiatievormen in waarbij elk kind kansen krijgt om op zijn niveau verder te ontwikkelen.

De school stemt het aanbod af op de individuele mogelijkheden. Dit draagt bij tot een positief zelfbeeld.

De school geeft kansen om remediëringsvormen in te bouwen ( zorgcoördinator, GOK)

 

4.4.  Actief leren

De school creëert een positief klimaat waarbij elk kind naast specifieke kennis ook zelfstandig en op creatieve wijze vaardigheden en denkhandelingen kan ontwikkelen.

Niet de kwantiteit maar de kwaliteit telt. Hebben de kinderen het zelfstandig gevonden ?

 

Hoe kan de school dit realiseren?

De school dient realistische en betekenisvolle contexten aan te bieden die voldoende uitdagingen bevatten.

De school zorgt voor een rijk en gevarieerd aanbod.

Het zelfstandig en zelfsturend aspect bevorderen door strategische vaardigheden en denkhandelingen te laten ontwikkelen. Gebruik maken van documentatiecentrum, contract- en hoekenwerk invoeren.

 

4.5.  Continue ontwikkelingslijn.= verticale samenhang.

De school dient rekening te houden met persoonsgebonden behoeften, beperkingen en mogelijkheden, om leerinhouden gefaseerd en weloverwogen in groeistadia aan te bieden.

 

Hoe kan de school dit realiseren?

Door een kindvolgsysteem. te gebruiken.

De school maakt concrete afspraken i.v.m. terminologie en continuïteit binnen de leergebieden en de verschillende domeinen op klas- en schoolniveau.

De school biedt voldoende overlegmomenten om in het schoolteam gelijkgerichte afspraken i.v.m. methodes en didactisch handelen na te komen, te evalueren en erover na te denken.

Ze creëert initiatieven om de drempel tussen kleuter en lager en tussen lager en secundair zo laag mogelijk te houden.


Vorige Pagina: Structuur
Volgende Pagina: Onze visie